LIFESTYLE

Ghanaian life #6: ziek, ziek en ziek

Iedere week probeer ik een overzicht te delen van wat ik heb meegemaakt. Vandaag lees je een van de saaiste weken van mijn Ghanese leven: ik was namelijk vooral ziek.

Ghanaian life 6

Ik geloof dat ik vorige week vrij hoopvol afsloot, maar helaas werd op maandag al duidelijk dat het niet veel beter ging. ’s Morgens werd ik weer overreden door een vrachtwagen wakker, en besloot ik niet naar stage te gaan. Helaas had ik de pech dat ons betaaltegoed voor de elektriciteit op was (dus we hadden geen elektriciteit) en de eigenaar van dit huis was nergens te bekennen. Na een paar uur was hij eindelijk weer opkomen dagen, toen was ik al bijna weggesmolten omdat ik zonder ventilator de hele dag op bed lag. Geen goede start van de week.

Dinsdag besloot ik dat het wel weer ging, en met oog op het afronden van mijn project (ik wíl echt iets tastbaars achterlaten, anders heb ik echt het gevoel dat ik deze zeven weken niks heb gedaan) moest ik ook wel gaan want inmiddels heb ik nog maar twee weken stage voor de boeg. Dus daar ging ik weer, en eigenlijk ging het wel prima. Wel voelde mijn voorhoofd alsof er de hele tijd iets tegenaan drukte (hartstikke irritant) en was ik heel erg moe, maar al met al was het een prima dag. ’s Avonds kwam ik wel kapot thuis, maar dat hoort er misschien wel een beetje bij.

En dan woensdag. Nou ik heb de week gebroken hoor! Bijna letterlijk welteverstaan. ’s Ochtends besloot ik dat het toch niet ging (ja wat wil ik nou he?), dus ik bleef thuis. Ik had hoofdpijn, spierpijn (van wat???), opkomende keelpijn, was hartstikke moe en mijn voorhoofd gloeide ontzettend. Dat zijn inderdaad symptomen van mijn “goede” vriend malaria. Mister had ’s ochtends een examen op de universiteit, en ik wilde absoluut niet alleen naar het ziekenhuis (het liefst ging ik helemaal niet) dus ’s ochtends heb ik alleen maar op bed gelegen en een poging gedaan tot een film kijken. In goed gezelschap van een bak kruidnoten trouwens.

Na heel veel aandringen van Mister ben ik wel naar het ziekenhuis gegaan, ook al voelde ik me een grote aansteller omdat het (op die pijntjes hierboven na) best wel goed ging. Vergeleken met de andere patiënten zag ik er ook kerngezond uit, maar dat komt eerder omdat Ghanezen pas naar de dokter gaan als ze al bijna dood zijn. Uiteraard moest ik eerst een ziekenhuispasje aanvragen (waar dat goed voor is snap ik nooit), en een halfuur later begon de assistente met de algemene checks als gewicht, temperatuur en bloeddruk. Of ze van plan was om nog meer checks te doen weet ik niet, want door het bloeddruk meten werd ik zo misselijk en licht in mijn hoofd dat ik meteen naar buiten moest en die bak kruidnoten helaas mijn lichaam weer verliet (zonde!). Toen het wel heel lang duurde kwam de dokter me zoeken, en werd ie boos op me omdat ik op de grond zat. Of ik wel door had hoeveel infecties er wel niet op de loer lagen. Alsof ik het voor de grap deed! Met veel geweld werd ik opgehesen, en toen begon de ellende pas echt. Ik voelde dat ik weer licht werd in mijn hoofd (waarschijnlijk doordat de assistente mijn halve arm dichtgeknepen had met die meter) en ik kon amper op mijn benen blijven staan. Voor ik het wist lag ik in een ziekenhuisbed en kwam er een andere dokter me zeer vriendelijk vertellen dat ik even een tijdje aan een infuus moest om aan te sterken. Uitleggen dat het onwel worden niks te maken had met hetgeen waarvoor ik naar het ziekenhuis was gekomen, had geen zin. “We willen je alleen maar helpen” zei die nog op een toon van ‘nou als je het niet wilt, laat ik je toch lekker doodgaan’. Ik voelde me ondertussen juist weer hartstikke goed, maar ik kon met geen mogelijkheid onder het infuus uitkomen.

Voor iedereen die mij ongeveer een halve dag kent (ik vertel het ongeveer gelijk als ik mezelf voorstel, gewoon voor het geval dat het voorkomt en zodat je weet dat ik geen ambulance nodig heb), is het waarschijnlijk bekend dat ik NIET tegen bloedprikken en injecties kan. Ook niet tegen dingen die strak tegen mijn lichaam drukken (zoals de bloeddrukmeter) en ook niet tegen klem zittende vingers bijvoorbeeld trouwens. De oorzaak is bij niemand bekend, en het heeft ook niet zozeer met bijvoorbeeld het bloedprikken zelf te maken maar des te meer met dat wat daarna komt. Ik was onwijs bang (dat helpt natuurlijk ook niet) dat ik van het bloedprikken (spoiler: drie keer mis, een keer te weinig bloed voor een test en toen kwam de man van het lab zelf maar even doen) flauw zou vallen. Vooral omdat de doktoren waarschijnlijk zouden denken dat het bij mijn “ziektebeeld” hoort, terwijl dit me op mijn meest gezonde dag ooit nog kan overkomen.

Gelukkig was Mister mee. Kon hij mooi mijn benen vasthouden zodat ik kon “luchtfietsen” terwijl ik mijn linkervuist steeds balde en ontspande en over koetjes en kalfjes sprak. Als er ook een gekkengesticht in het ziekenhuis was, was ik daar waarschijnlijk direct opgenomen want die dokteren dachten nu al helemaal dat ik niet goed was máár het heeft wel geholpen. Het was een vrij lastige lijdensweg, maar het is me gelukt om in ieder geval niet helemaal weg te vallen (ik wil niet weten wat ze dan hadden gedaan, want het duurt ook vrij lang voor ik weer bij kom).

“Even een tijdje aan het infuus” werd trouwens zes uur. In de tussentijd heb ik van alles binnen zien komen (en weer zien gaan, waar heen geen idee), het één nog gruwelijker dan het ander. Het was de hele middag en avond bezoekuur (als ik voor iedere keer dat iemand zei “Oh kijk, obroni is hier ook!” een euro zou krijgen, kon ik nu de verzekering voor alle mensen in heel Winneba betalen), op de slaapzaal was ook gelijk maar het kantoor geplaatst en rechtstreeks vanuit de ambulance (met spoed) werd een man zonder pardon op de zaal geplaatst. Moet die niet eerst ergens anders heen? Toen die man binnen werd gereden ging het voltallige personeel (en dat waren er nogal wat) meteen om hem heen staan (de meesten alleen maar om te kijken) en de man schreeuwde de boel zo’n beetje bij elkaar, dus ik heb niet durven kijken wat er aan de hand was. Achteraf hoorde ik dat hij aangereden was door een auto. Nog een klein detail: de buurvrouw (of iets dergelijks) had de ambulance gebeld en was meegereden, waarnaar zij in het ziekenhuis op haar kop kreeg dat ze niet had gewacht tot er een familielid van de man aanwezig was om mee te rijden. De beste man ging bijna dood en zij maken zich druk over een familielid die (nog) niet aanwezig is. Na enige tijd bleek ook dat al zijn familieleden in Kumasi (een stad ongeveer acht uur reizen vanaf hier) wonen. Stel je voor dat ze wél gewacht had?

Mocht je dit allemaal hebben gelezen om er achter te komen wat ik dan mankeerde: nou niks dus. Uit alle testen bleek dat er niks vreemds was, dus na zes uur mocht ik eindelijk naar huis. Inclusief malariapillen trouwens. Een beetje gek om aan iemand te geven die niks heeft, dus dan misschien toch malaria?

P.S.: Er was nog wel een lichtpuntje op deze dag: je kan Netflix nu ook offline kijken! Jammer genoeg moet ik daarvoor wel eerst Netflix op mijn tablet updaten, en de series downloaden (alias ik heb internet nodig) dus ik kon het niet gelijk fixen (kwam ook een ‘beetje’ door mijn ziekenhuisincident) maar ik werk er aan.

Ghanaian life 6

Donderdag bleef ik uiteraard thuis (ik denk ook dat ze me bij Trashy Bags persoonlijk thuis hadden gebracht als ik wel gekomen was). Ik denk dat ik de hele dag op bed heb gelegen (met ventilator aan) half slapend, half lezend, half film kijkend. Dit was ook de eerste dag van Misters vakantie. De universiteitsstudenten hebben twee weken vakantie omdat het woensdag (7 december) verkiezingen is. Twee weken omdat iedereen de kans moet krijgen om terug naar zijn geboorteplaats te gaan (of gewoon waar hij staat ingeschreven om te mogen stemmen) zodat ze kunnen stemmen. Wie geen geld heeft om van hier naar (bijvoorbeeld) zijn geboortedorp in het noorden te reizen, heeft pech en kan het over vier jaar weer proberen. Je mag niet stemmen in de plaats waar je op dat moment bent, omdat dat stembureau dan jouw stem naar het stembureau van je geboorteplaats moet versturen en dat is allemaal ingewikkeld en vooral fraudegevoelig.

Ik vind het vrij jammer dat de studenten zolang vakantie krijgen (en waarom ook zo lang? Het verst wat iemand  moet reizen is misschien anderhalve dag) omdat de meeste van Misters vrienden (en nu dus ook de mijne) naar hun geboorteplaats zijn vertrokken. Na de verkiezingen komen ze weer terug. Helaas is dat ook maar voor een week (om de laatste examens te maken), want daarna is het kerstvakantie. Iets wat ik nog minder leuk vind is dat de kerstvakantie voor deze studenten tot begin FEBRUARI duurt. Over twee weken moet ik dus afscheid nemen van praktisch al mijn vrienden, terwijl ik hier nog een week of zeven ben.

Ghanaian life 6

Op vrijdag ga ik normaliter niet naar stage, dus deze week al helemaal niet. De hoogtepunten van de dag waren het uitstapje (van tien minuten) naar de markt om aardappels en groenten (hoera!) te kopen en ’s avonds gingen we ergens wat drinken (het schijnt dat ze daar ook pizza serveren, en ook al zegt dat nog vrij weinig omdat Ghanezen goed zijn in pizza verknoeien, geeft het me hoop). Ik ben trouwens naarstig op zoek naar goede (lekkere) recepten waar VEEL groenten in zit. Tot nu toe ben ik qua groenten hier in Winneba alleen nog sperziebonen, kool, groene paprika, tomaten, komkommer, wortelen en ui (ik denk dat dit alles is) tegengekomen, en ik ben zo creatief als een deur dus ik weet niet wat ik er mee kan. Ik weet wel dat ik MEER GROENTEN moet eten dus schroom niet om je tips te delen. Ik heb hier ook aardappels, yam, cassave, rijst, noodles en pasta. We hebben geen koelkast, vriezer, oven, gril. Wel een koekpan en een kookpan, en een gaskoker (hoe noem je die dingen). Voor het gemak kunnen we ook maar één pan tegelijkertijd gebruiken. Wie durft?

Zaterdag was ook al zo’n inspirerende dag. Ik ontdekte een enorme sliert aan mieren op de muur (en nu ik op die plek kijk, zie ik dat er nieuwe zijn gekomen) dus ik besloot ze allemaal te vermoorden. Vervolgens checkte ik mijn “Nederlands eten tas”, en tot mijn grote verdriet zaten ze daar ook in. Hup tas in de zon (daar houden ze niet van), en ik al mijn goddelijke etenswaar checken. Gelukkig waren de meeste verpakkingen niet open, maar ik weet uit ervaring dat ze soms dan alsnog in je eten zitten. Er waren er echt miljoenen, maar het werkte ook therapeutisch om ze één voor één uit te roeien (wat dus niet gelukt is want ze zijn terug). Oja, iedereen die zegt dat deze mieren niet bijten, kun je niet vertrouwen want ze bijten WEL. Het is zowaar nog irritanter dan een muggenbult (maar na een goede laag insectenbeetspul zijn ze met een dag weg). Ik probeer nu heel hard te bedenken wat we nog meer hebben gedaan maar ik weet het niet meer. Oh ’s middags was er een soort van carnavalsoptocht (ook wel bekend als reclame maken voor een politieke partij) en daarna een samenkomst op het busstation (wat gewoon een plein is). Deze keer voor de partij van de huidige president. Iedereen liep met shirts van die partij, en anders hadden ze wel een broek in het rood, groen of zwart (de kleuren van de partij). Wat ze hiermee willen bereiken snap ik nooit. Alsof ik nu (als ik stemrecht zou hebben natuurlijk) opeens denk “Hey wat een leuke carnavalsoptocht, ik ga voor deze partij stemmen”.

’s Avonds gingen we nog even drinken kopen bij het winkeltje waar we altijd drinken kopen. Ik weet niet waarom maar Mister koopt altijd dingen bij dezelfde winkel. We kunnen namelijk ook drinken kopen bij een winkeltje dichterbij (ze verkopen toch allemaal hetzelfde, ook al zo strategisch) maar hij wilt per se naar dat winkeltje. Hetzelfde geldt voor beltegoed. Om de twee meter kan je beltegoed kopen, maar Mister wilt per se naar de man helemaal aan de andere kant van het busstation (en die man is ook nog eens heel vaak uitverkocht). Afijn, toen we daarheen liepen was het al aan het bliksemen maar we waren net op tijd voor de hemel (mocht die bestaan) naar beneden donderde. Letterlijk. De elektriciteit viel er even door uit, maar dat merkte we amper omdat er zoveel wind door onze kamer waaide. Het is nu droogseizoen (dit weet ik eigenlijk niet meer zeker aangezien iedereen wat anders zegt), maar alsnog kan het ten alle tijden gaan regenen en dan komt het dus met bakken uit de hemel (mocht die bestaan). Daardoor was het wel even wat frisser (eindelijk) maar ik geloof dat het nu alweer bloedheet is.

Zondag was echt een “lui-leven” dag. Ik hou van dingen ondernemen. Ergens iets bezoeken, desnoods iemand bezoeken (maar meestal spreken die mensen geen Engels dus dan wordt het saai), ergens iets eten (ook al kunnen we voor veel goedkoper thuis eten) of gewoon een stukje wandelen (al helemaal uit den boze, want we moeten wel een doel hebben). Mister houdt van de hele dag binnen op bed liggen slapen. Vooral niet al te veel plekken bezoeken want dat kost geld (nou en??? Straks in Nederland foto’s bekijken van alles wat we hebben gedaan maakt me veel gelukkiger dan toch nog een aardig bedrag spaargeld hebben) en waarom zouden we pizza eten als we ook voor de driehonderdste dag op rij rijst kunnen eten? Ik denk dat het een cultuurverschil is, en misschien leert ie het ooit af (of ik zie het nut er van in, maar dat denk ik niet) maar het frustreert me wel soms. Ben ik in het mooiste land ter wereld, zie ik alleen de vier muren van mijn kamer… Gelukkig heb ik nog zeven weken (geloof ik) dus het komt goed. Desnoods ga ik alleen…

Nou saaier dan deze week kan het niet worden, dus ik kijk vol goed moed uit naar de komende weken!

Liefs, Jennifer

You Might Also Like

2 Comments

  • Reply
    Sabine
    14 december 2016 at 04:59

    Jeetje meid wat een avonturen weer! Heel vervelend natuurlijk, maar je hebt het wel enorm grappig beschreven. Ik zie het zo voor me in dat ziekenhuis, vooral dat geobruni haha. Gelukkig heb je het ziekenhuis overleefd en gaat het weer beter!

    • Reply
      Jennifer
      19 december 2016 at 14:08

      Haha het was zeker een avontuur, maar ik heb het weer overleefd. Dit soort dingen horen er helaas ook bij, maar er gewoon ook genoeg leuke dingen gelukkig 🙂

    Leave a Reply